Laden...

Zoek Atleet

Naam

Huidige Plaats -
Totaal Punten -
Wedstrijden -

Geleverde Prestaties

AAS Criterium

Reglement AAS-criterium

AAS staat voor Antwerpse Atletiek Samenwerkingen en is een criterium tussen atleten van ACBR Ekeren-Brasschaat, SGOLA Boechout, BVAC Antwerpen/Kiel, KAPE Kapellen en ESAK Essen.

5 clubs ACBR, SGOLA, BVAC, KAPE en ESAK
9 wedstrijden Zomerseizoen met finale en huldiging
Jeugd Kangoeroes, benjamins, pupillen, miniemen en cadetten

Wat is het AAS-criterium?

Het criterium loopt over 9 wedstrijden tijdens het zomerseizoen. Alle atleten die aan de voorwaarden voldoen, worden tijdens de finale gehuldigd en krijgen een beker als aandenken voor hun deelname.

Voor de jeugd zijn dit belangrijke wedstrijden in clubverband. Atleten nemen aan alle proeven deel, waardoor ze een brede atletiekbasis opbouwen.

Reglement

1

Punten per proef

Per proef wordt de prestatie van de atleet omgezet in punten volgens de geldende VAL-puntentabellen, met een minimum van 30 punten bij deelname aan de proef. Neemt een atleet meerdere keren deel aan dezelfde proef, dan telt de beste prestatie.

2

Wedstrijdregels en hoogspringen

Alle proeven worden betwist volgens de reglementen van de VAL, met uitzondering van het hoogspringen. Bij hoogspringen zijn maximaal 2 pogingen per hoogte toegestaan voor benjamins, pupillen en miniemen, en 3 pogingen voor cadetten. De lat wordt telkens met 5 cm verhoogd.

Punten voor hoogspringen worden per volle 5 cm toegekend. De dagwinnaar krijgt uitzonderlijk ook bij geen volle 5 cm de punten volgens de prestatie. Punten worden toegekend vanaf de vastgelegde beginhoogte: vrije keuze bij benjamins, 80 cm bij pupillen, 90 cm bij miniemen en 1 m bij cadetten.

3

Lange afstanden

Bij de 600 m en 1000 m worden de wedstrijden vanaf 20 deelnemers verplicht gesplitst in 2 reeksen. De organisator zorgt ervoor dat dit correct gebeurt en communiceert hierover met de hoofdscheidsrechter en de jury.

4

Fair play

Er wordt gerekend op de fair play van de clubafgevaardigden om spontaan de opsteller van het AAS-klassement te verwittigen wanneer een wedstrijduitslag onduidelijk of onjuist is.

5

Deelnemingspunten

Per meeting waaraan de atleet deelneemt, krijgt hij of zij 50 deelnemingspunten. Deelnemen betekent minstens 1 geleverde prestatie kunnen voorleggen voor die meeting; enkel ongeldige prestaties zijn onvoldoende. Wie aan alle AAS-wedstrijden deelneemt, krijgt 50 bonuspunten.

6

Eindklassement

Om opgenomen te worden in het eindklassement moet een atleet aan meer dan de helft van de AAS-meetings hebben deelgenomen en aan maximaal 1 proef van zijn of haar categorie niet hebben deelgenomen.

De rangschikking wordt opgemaakt door de per proef toegekende punten en de deelnemingspunten samen te tellen. Wie per categorie na de laatste wedstrijd de meeste punten heeft en voldoet aan de voorwaarden, wordt winnaar van het AAS-criterium.

7

Gelijke punten

Bij een gelijk aantal punten in de einduitslag wordt eerst gekeken naar het hoogste aantal deelnemingspunten. Geeft dat geen uitsluitsel, dan bepaalt de beste prestatie op de 600 m of 1000 m de plaats.

8

Wie komt in aanmerking?

Iedereen kan deelnemen aan de wedstrijden van het AAS-criterium, maar alleen atleten van de deelnemende clubs komen in aanmerking voor het eindklassement. Iedereen die in dit eindklassement wordt opgenomen, krijgt op het einde van het seizoen een trofee.

9

Clubklassement

Per categorie wordt een beker toegekend aan de winnende club. Het clubklassement wordt opgesteld door per club de totaalpunten van de 3 best gerangschikte atleten samen te tellen. Alleen atleten die ook opgenomen zijn in het eindklassement komen in aanmerking.

Dit seizoen wordt er geen clubklassement gemaakt voor cadetten. Het clubklassement op deze site toont daarom alleen pupillen en miniemen.

De beste seizoenstijd van de 4 x 60 m en de 4 x 80 m telt ook mee voor het clubklassement, op voorwaarde dat de ploeg bestaat uit 4 leden van dezelfde categorie en 4 leden van dezelfde club. Er mag maximaal 1 niet-aangeslotene opgesteld worden indien die duidelijk eigenlijk tot die club behoort.

De aflossingstijden worden manueel ingegeven per ploeg en uitsluitend uit het aparte aflossingenbestand gelezen. Als een club meerdere ploegen heeft, bijvoorbeeld ESAK 1 en ESAK 2, worden die apart verwerkt en telt de beste ploeg voor het clubklassement. De puntenformules zijn INT(1,9 x (65,84 - tijd)^1,81) voor 4 x 60 m en INT(1,9 x (73,94 - tijd)^1,81) voor 4 x 80 m.

10

Totaal clubklassement

Er is ook een totaal clubklassement. Dat telt de vier clubklassementen van pupillen en miniemen samen: Pupillen V, Pupillen M, Miniemen V en Miniemen M.

11

Kangoeroes en benjamins

Voor kangoeroes en benjamins telt alleen aanwezigheid per wedstrijd. In de klassementen staan daarom enkel naam, club en aantal aanwezigheden; prestaties, tijden en afstanden worden niet gepubliceerd.

Atleten die wel ingeschreven waren maar uiteindelijk niet deelnamen, worden uit deze aanwezigheidslijsten gefilterd.

12

Niet-aangesloten atleten

Een atleet die heeft deelgenomen als niet-aangeslotene krijgt retroactief de verworven punten en kan zo ook in het eindklassement opgenomen worden, op voorwaarde dat hij of zij aan minstens 1 AAS-wedstrijd heeft deelgenomen met een geldig VAL-borstnummer voor het seizoen.

Alleen atleten met een wedstrijdvergunning vanaf benjamin worden opgenomen in het eindklassement, op voorwaarde dat ze voldoen aan de voorwaarden van het reglement.

12

Finalewedstrijd

Indien de finalewedstrijd door externe omstandigheden niet kan doorgaan, wordt de tussenstand na de laatst plaatsgevonden wedstrijd meteen erkend als eindstand, rekening houdend met de voorwaarden voor opname in het eindklassement.